Wat is de AI-verordening?
De AI-verordening is Europese wetgeving met regels voor het ontwikkelen en gebruiken van AI-systemen, ingedeeld naar risico. Het officiële nummer is Verordening (EU) 2024/1689. Hoe hoger het risico van een toepassing, hoe zwaarder de eisen. Sommige toepassingen zijn helemaal verboden.
De verordening is aangepast met de Digital Omnibus AI, Verordening (EU) 2026/1744, die op 27-07-2026 in werking trad. Daarmee zijn onder meer de termijnen voor hoog-risicosystemen verschoven. De volledige tekst van de verordening vind je op EUR-Lex.
Dit artikel geeft de stand van zaken op 16-10-2026 en is bedoeld als praktische uitleg. Het is geen juridisch advies. Twijfel je of een toepassing onder de regels valt, laat dan een jurist meekijken.
Welke regels gelden al, en wat volgt nog?
Een deel van de regels geldt al: de verboden praktijken en AI-geletterdheid sinds 02-02-2025 en de transparantieregels sinds 02-08-2026. De regels voor hoog-risicosystemen volgen later. Dit zijn de belangrijkste data:
- 02-02-2025: verboden AI-praktijken (artikel 5) en AI-geletterdheid (artikel 4).
- 27-07-2026: de Digital Omnibus AI treedt in werking.
- 02-08-2026: transparantieverplichtingen (artikel 50).
- 02-12-2026: markeringsplicht voor door AI gegenereerde output (artikel 50, lid 2) voor systemen die al vóór 02-08-2026 in de handel waren.
- 02-12-2027: regels voor hoog-risicosystemen uit bijlage III.
- 02-08-2028: regels voor hoog-risicosystemen uit bijlage I, AI in producten die onder Europese productwetgeving vallen, zoals machines.
Ben je aanbieder of gebruiksverantwoordelijke?
Een organisatie die arbosoftware met AI onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt, is gebruiksverantwoordelijke. De aanbieder is de partij die het AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en onder eigen naam in de handel brengt. Een werkgever die met de software zijn RI&E bijhoudt, of een adviseur die er RI&E's mee maakt, gebruikt het systeem.
Het verschil is belangrijk, want de meeste verplichtingen liggen bij de aanbieder. Die zorgt bijvoorbeeld voor de technische markering van gegenereerde output. Als gebruiksverantwoordelijke ben je vooral verantwoordelijk voor hoe je het systeem inzet: met welk doel, door wie en met welke controle.
Lever je als adviseur software onder je eigen naam, zoals bij een whitelabelportaal, dan is de rolverdeling minder vanzelfsprekend. Leg in de afspraken met je leverancier vast wie welke verplichtingen uit de verordening draagt, en laat dat zo nodig juridisch toetsen.
Is RI&E-software met AI een hoog-risicosysteem?
RI&E-software met AI is doorgaans geen hoog-risicosysteem, zolang de AI de organisatie beoordeelt en nooit wordt ingezet om individuele medewerkers te beoordelen. Bijlage III, punt 4, gaat over AI op het gebied van werk. Het gaat dan om werving en selectie en om besluiten over arbeidsvoorwaarden, promotie of ontslag. Ook het toewijzen van taken op basis van gedrag of persoonlijke kenmerken valt eronder, net als het monitoren en beoordelen van prestaties en gedrag van werknemers.
Een RI&E kijkt naar iets anders: de risico's van het werk en de maatregelen die de organisatie neemt. De vraag is niet of een medewerker goed presteert, maar of het werk veilig en gezond is ingericht. Daarom valt AI in de RI&E doorgaans buiten bijlage III.
Die grens vraagt wel om bewuste keuzes. Gebruik je bijvoorbeeld een video-analyse van tilwerk om het gedrag van één bepaalde medewerker te beoordelen, dan schuif je op richting het monitoren van individuele werknemers. Leg daarom vast dat AI-uitkomsten alleen over taken, werkplekken en de organisatie gaan.
Welke AI-toepassingen zijn op de werkplek verboden?
Op de werkplek is onder meer emotieherkenning met AI verboden, op een smalle uitzondering voor medische of veiligheidsredenen na. Dat staat in artikel 5, lid 1, onder f, en geldt sinds 02-02-2025. Het gaat om systemen die uit biometrische gegevens, zoals gezicht of stem, afleiden hoe iemand zich voelt.
Voor arbo is dat relevant, omdat het verleidelijk kan zijn om werkdruk of stress automatisch te meten. Wil je weten hoe medewerkers hun werk beleven, vraag het hen dan. Een anoniem werkbelevingsonderzoek geeft medewerkers zelf een stem, zonder dat een systeem hun emoties probeert af te lezen.
Wat moet je als gebruiksverantwoordelijke regelen?
Als gebruiksverantwoordelijke regel je vooral drie dingen: AI-geletterdheid, openheid naar medewerkers en menselijke beoordeling. Daarnaast is het verstandig om afspraken met je leverancier en je eigen werkwijze vast te leggen.
De transparantieregels van artikel 50 richten zich voor een groot deel op de aanbieder. Voor medewerkers maakt dat weinig uit: zij willen weten wat er met hun woorden gebeurt. Openheid vooraf voorkomt wantrouwen en verbetert de kwaliteit van het gesprek.
- AI-geletterdheid (artikel 4): zorg dat iedereen die met AI-functies werkt begrijpt wat ze doen, waar ze fouten kunnen maken en hoe je de uitkomst controleert. Door de Omnibus is dit een inspanningsverplichting geworden.
- Openheid naar medewerkers: vertel vooraf als een interview wordt opgenomen, automatisch wordt uitgeschreven en samengevat, en wie het verslag ziet.
- Menselijke beoordeling: laat elk AI-voorstel beoordelen door een deskundige, en laat de toetsing altijd bij een gecertificeerde kerndeskundige.
- Geen beoordeling van individuen: gebruik AI-uitkomsten alleen voor de organisatie, taken en werkplekken.
- Afspraken met je leverancier: welke AI-functies er zijn, of ze per organisatie aan of uit kunnen en of klantgegevens worden gebruikt voor training.
- Vastleggen: beschrijf in je werkwijze waar AI is gebruikt en wie de uitkomst heeft gecontroleerd.
Wat mag je van je softwareleverancier verwachten?
Je mag verwachten dat de leverancier zijn plichten als aanbieder kent en je helpt om je eigen plichten waar te maken. Dat begint bij duidelijke informatie over welke functies AI gebruiken en wat ze wel en niet doen. Welke vragen je een leverancier stelt, lees je in whitelabel RI&E-software kiezen.
In RiePortal® beoordeelt de AI de organisatie en haar risico's, nooit individuele medewerkers. Elk voorstel wordt door de gebruiker geaccepteerd of aangepast. De toetsing van een RI&E doet altijd een gecertificeerde kerndeskundige; AI helpt hooguit met een voorcheck op volledigheid. Automatische AI-functies zet je per organisatie aan of uit. Meer daarover lees je op de pagina over AI in het platform en in onze AI-verantwoording.
Wie houdt in Nederland toezicht op de AI-verordening?
In Nederland heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een coördinerende rol in het toezicht op AI. Voor werk is de Nederlandse Arbeidsinspectie de sectorale toezichthouder. De Nederlandse uitvoeringswet, die onder meer het toezicht regelt, is nog niet in werking.
Dat verandert niets aan je verplichtingen: de verordening werkt rechtstreeks, ook zonder uitvoeringswet. Zorg dus dat je nu al kunt laten zien hoe je AI gebruikt, met welk doel, met welke controle en hoe je medewerkers informeert. Dat helpt bij elke vraag van een toezichthouder, en bij het gesprek met je ondernemingsraad.
Bronnen
Redactie Intergrow
Kennisredactie RiePortal®
De redactie schrijft over de RI&E, arbobeleid en software vanuit de dagelijkse praktijk met RiePortal®. Wettelijke verwijzingen controleren we aan de bron.